Waar koop je een djembe? Bij Djemberythms 
Hoe koop je een djembe?
De djembé heeft Europa veroverd. Haar opmars is niet meer te stuiten en daarmee stoten de West-Afrikanen de Spanjaarden naar de kroon, die vóór hen hetzelfde deden met de gitaar. Van luizige rommelmarktjes tot deftige muziekwinkels: overal langs Vlaamsche wegen, komt men Afrikaanse trommels tegen, tot grote spijt van het bruin Belang. De ene keer wordt een trommel gepresenteerd voor de klinkende prijs van 500 euro, de andere keer krijg je ze tegen een spotprijs naar je hoofd geslingerd. En zelfs al sla je er op, je hebt het gevoel dat er iets niet klopt.
Veel mensen zullen het liefst een Afrikaanse djembé kopen. Het prettige is, dat geen enkele trommel klinkt zoals die van je buurman. Bovendien liggen de prijzen laag: van 100 tot 300 euro. Naast het milieu-aspect (bomen zijn schaars in de Sahellanden) is het grootste nadeel het feit dat de aanschaf vaak een gok is. Het best koop je een trommel uit een typisch Malinkéland: Ivoorkust, Guinea (waar ook de Sousou prachtige djembés maken) of Mali (waar de Bambara ook weten hoe de vork in de steel zit). Uit Burkina Faso en zelfs uit Senegal komen wel eens goede exemplaren.
Een trommel bestaat uit vier onderdelen, in volgorde van belangrijkheid: het houten lijf, de touwen, de ringen en het vel.
De djembé was oorspronkelijk het vaste muziekinstrument van de clan of kaste van de smeden (de noumoun). Daarom zijn het vandaag de dag nog steeds de smeden die de djembés bouwen en niet de houtbewerkers. Zij geven de stiel al honderden jaren van vader op zoon door in een typisch ambachtelijke meester-leerling-verhouding. Enkel de smeden kennen de diepste geheimen van het vak wat betreft houtsoorten, droogtijden, verhoudingen,... Als je weet dat je trommel door een smid gemaakt is, is de kans erg klein dat je je miskocht hebt. Djembés kunnen gesculpteerd worden uit verschillende houtsoorten. Door de band is het rode hout, bois rouge, beter dan het gele, bois jaune, maar belangrijker is de hardheid: een lichtgewicht djembé geeft een te oppervlakkige klank. De beste houtsoort is lenké, een 'oranje' harde houtsoort die toch relatief licht is en vooral te vinden is in Mali of het noorden van Ivoorkust. Het zogenaamde bois de balaphon, dat tevens voor de lamellen van de Afrikaanse xylofoons wordt gebruikt, is even goed. Er mogen geen barsten in het hout zitten, zeker niet in de bara, het bovenste gedeelte van de body. Vroeger liet men het hout eerst een jaar of twee drogen voor men de djembé sculpteerde, maar met de huidige djembéboom hakt men de trommels vaak uit te vochtig hout. Insmeren met vet of lijnolie kan barsten bij uitdroging voorkomen. Kleine barsten in de voet kunnen met lijm hersteld worden. Men komt wel eens oude exemplaren tegen, die totaal uitgedroogd zijn, gebarsten, vermolmd en met een ruwe binnenkant. Dit zijn afgedankte djembés die snel opgeknapt zijn om aan een zacht prijsje aan een onwetende blanke te verkopen.
Let ook op de vorm. Er bestaan verschillende modellen die alle goed klinken, zolang de vorm maar mooi, recht en evenwichtig is. Een ei is geen cirkel en de rand waar het vel over spant, moet mooi afgerond en glad zijn. Het slanke Guinese model, dat ook in de Ivoriaanse hoofdstad Abidjan gemaakt wordt, klinkt doorgaans heller, 'korter' en zuiverder dan de dikbuikige Malinese modellen. Deze laatsten worden ook in het noordelijke deel van Ivoorkust gemaakt, zijn warmer van toon en bezitten vanwege hun grote vel een groter klankpalet. Let goed op de afwerking. In Afrika gebruikt men slechts één werktuig om de djembé uit te houwen, nl. de hak, maar een stielman moet het instrument daarmee perfect van vorm en glad afgewerkt krijgen. De afwerking en gesofisticeerdheid van de versieringen onderaan de poot, die de handtekening van de artiest zijn, verraden het vakmanschap.
Als het lijf goed is, zijn we al meer dan halfweg. Toch moet je rekenen dat het (laten) vervangen van ringen, touwen en vel al snel 40 tot 80 euro kan kosten. De touwen zijn het best gevlochten nylontouwen al dan niet met binnentouw en met een dikte van 5 à 6 mm in ontspannen toestand. Zwarte touwen rekken over het algemeen minder en zijn dus beter dan ongeverfde touwen. Let op eventuele slijtage. Op bergbeklimmerstouw zit teveel rek. Zeiltouw is perfect maar het is zo statisch dat je al behoorlijk gespierd moet zijn en over een goede techniek moet beschikken om je vel daarmee aan te spannen. Het ideale touw is volgens mij 'Orion' van 5 mm: voorgerokken en dus zeer statisch, maar met net genoeg rek als je nodig hebt om hem op te spannen.
De ringen moeten van ijzer zijn, best betonijzer van 6 of 8 mm. Let erop dat de laspunten er netjes uitzien (je kan alleen maar hopen dat er geen luchtbel inzit). Ringen uit koper of messing zijn mooi, maar krommen en breken te snel. Soms zijn de ringen ingepakt in stof. Dat kan verdacht zijn: bij gebrek aan betonijzer maakt men soms ringen van meerdere lagen ijzerdraad. Dit is echter niet sterk genoeg.
Bij gebrek aan antilopen, slaan djembéspelers tegenwoordig op geitevellen. De ruggegraat moet mooi in het midden van de cirkel liggen en het vel moet netjes tussen de twee ringen zitten (het mag er niet van tussen schuiven). Het vel moet ongeveer om het jaar vervangen worden, dus hecht er niet tè veel belang aan. Let er wel op dat het er vers oplicht of dat er tot voor kort op gespeeld geweest is. Een oud vel is uitgedroogd en scheurt als perkament bij het opspannen.
Wat hierboven staat, neem je als algemene richtlijnen die slechts een relatief belang hebben afhankelijk van de prijs. Ik heb al trommels gezien die vol memel zaten en met ringen die compleet scheefgezakt waren, maar die beter klonken dan sommige exemplaren waar op het zicht niets op aan te merken viel. Een Afrikaanse djembé kiezen blijft dus altijd een gok, temeer daar je de trommels meestal niet kan testen omdat zij niet voldoende opgespannen zijn.
Merkdjembés kan je kopen in een aantal muziekinstrumentenwinkels in Gent, St. Niklaas en één Deinze. Afrodjembés vind je ook op de sjacherbeurzen en op etnisch geïnspireerde zomerfestivals en concerten. Afbieden is daar de boodschap! Nederdjembés (gemaakt van hout uit onze streken en dus ecologisch verantwoord) kom je wel eens tegen op festivals in Nederland.
Bij het kopen van een djembé
Gebruik al je zintuigen en je verstand bij een eventuele aanschaf. Tot nader order raad ik iedereen af om een djembé te kopen van een Westers percussiemerk (zoals Supercussion), of het nu een houten trommel met een natuurlijk vel is of een kunststoffen trommel met een synthetisch vel. Voorlopig is de klank niet te vergelijken met die van de Afrikaanse modellen en hetzelfde kan gezegd worden over de prijs. Bovendien wensen wij eerlijke handel met de Derde Wereld te stimuleren. Daarom vinden wij het zo jammer dat de Malagasische en Indonesische trommels die Oxfam-Werelwinkels voor djembés wil laten doorgaan niet uit het juiste hout gesneden zijn. Djembés uit Senegal zijn als frieten uit Nederland en dus doorgaans niet goed. Men bezit er niet de eeuwenoude van vader op zoon doorgegeven kennis over djembébouwen als de smeden bij de Malinké, Sousou of Bambara. Bovendien groeien in Senegal niet de juiste bomen. Er zijn Senegalezen die vellen leggen op uit Guinée ingevoerde bodies. Die exemplaren zijn beter. Niet enkel Senegalezen storten zich op de relatief lucratieve djembémarkt, ook Ghanezen, Togolezen en -je kunt het zo gek niet bedenken- Indonesiërs menen te weten hoe het moet. Als jij je doedelzak in Marokko gekocht hebt, mag je er gerust een djembé uit Madagascar naast zetten. De djembés uit Togo of Ghana zijn van veel te zacht hout gemaakt waardoor de wand te dik is en het gat te nauw.
