Muziek in afrika

1.POLYRITMIEK

Als je Afrikaanse muziek met westerse muziek vergelijkt, valt dadelijk op hoe in Afrika aan het ritme een belangrijke plaats wordt toegekend, terwijl bij ons in het Westen de melodie en de harmonie de meeste aandacht krijgen. Harmonie is het tegelijkertijd voortbrengen van verschillende tonen die 'mooi' (d.i. harmonisch) samenklinken. De harmonie is inmiddels uitgegroeid tot een ingewikkeld systeem van regels die bepalen welke noten elkaar mogen opvolgen en welke er samen mogen klinken. De voorloper van de harmonie was de polyfonie. De Afrikaanse tegenhanger van de polyfonie heet polyritmiek: het tegelijkertijd voortbrengen van verschillende (eenvoudige) ritmen, die samen de ritmische lagen vormen van een ingewikkeld geheel, waarin iedere muzikant, danser of zelfs luisteraar zijn plaats heeft. Terwijl polyfonie op ‚‚n moment waarneembaar is (synchronie), heb je om een ritme te horen een zekere tijdspanne nodig (diachronie), wat het repetitieve karakter van Afrikaanse muziek verklaart. Polyritmiek is meer dan het boven elkaar plaatsen van verschillende ritmische lagen. Er kunnen verschijnselen optreden die te onderscheiden zijn in twee aspecten. 1. POLYMETER: twee muzikanten spelen samen twee verschillende ritmische patronen, maar het patroon van de ene muzikant duurt langer dan dat van de andere. Als je de muziek zou noteren, zijn de maten van beide patronen van verschillende lengte. De ritmen kruisen elkaar voortdurend en de eerste tijd valt slechts zelden samen. 2. TEGENRITME: twee muzikanten spelen elk een patroon dat even lang is, maar de ene deelt die tijdspanne bvb. in drie tellen in, de andere bvb. in vier. De maten duren even lang en de eerste tijd valt altijd samen. Andere kenmerken van Afrikaanse muziek zijn het veelvuldig voorkomen van tegentijden en syncopaties. Het gebruik van tegentijden of 'off beats' is het benadrukken van de zwakke tijden in de maat, terwijl de sterke tijden geen of een zwakke nadruk krijgen. Syncopatie is het onverwacht naar voren schuiven of uitstellen van noten. Zo worden de normale accenten verschoven en ontstaan er onverwachte leegtes in de muziek. De eigenlijke beat speelt men vaak niet. Men speelt rond de beat. Het is aan de luisteraar om deze ontbrekende beat te horen. Ook elke muzikant of danser zoekt naar de verborgen beat en richt zijn aandacht op de leegtes in de muziek die hij dan zal opvullen met zijn slagwerk of zijn danspassen. Dit doet hij echter niet zonder er op te letten nog voldoende ruimte open te laten voor eventuele andere spelers, dansers en luisteraars/toeschouwers. Op die manier vereist het beluisteren en bekijken van Afrikaanse muziek-en-dans een actief engagement van muzikanten, dansers Šn toeschouwers. Door het elkaar aanvullen van ritmische lagen en het gebruik van tegenritmen en tegentijden, krijgt de Afrikaanse muziek een vraag-antwoord-karakter: de muzikanten converseren met elkaar. In polyritmiek kan dit op een zeer snel nivo gebeuren: een noot van de ene muzikant plaatst zich tussen twee noten van een andere. Maar ook hele (ritmische) zinnen kunnen in een vraag-antwoord-verhouding t.o.v. elkaar staan. Zo is er in Afrikaanse songs meestal een voorzanger en een koor (meestal gevormd door de toeschouwers) dat de zinnen herhaalt.

2. COMMUNICATIE

Afrikaanse muziek spelen, erop dansen en ernaar luisteren is communiceren. Niet alleen in het spel van vraag-en-antwoord, maar ook door het kruisen van de ritmen. Door het te 'beantwoorden' of door het te kruisen, accentueert en definieert de ene ritmische laag de andere. Bij het kruisen van ritmen, mag de drummer zich niet te ver verwijderen van de subtiele verhoudingen tussen de drummers onderling om het basiskarakter van het ritme niet te verliezen. Anderzijds mag hij niet teveel synchroon spelen met anderen teneinde de beat niet al te zeer te benadrukken. We zien dus dat de techniek van het spelen ondergeschikt is aan de helderheid van de onderlinge communicatie. Niet w…t de drummer speelt is van belang, wel wat hij accentueert bij de andere drummers. Het is niet de bedoeling te tonen tot welke virtuoze kapriolen de drummer in staat is. Hij toont niet wat hij kan, maar wat de potentie is van het geheel.

3. PARTICIPATIE

Er zijn heel wat paralellen te trekken tussen de vorm van de Afrikaanse muziek (d.i. de polyritmiek) en de manier waarop het sociaal leven in Afrika georganiseerd is. Een moeder wiegt haar kind in slaap in een ritme dat een polyritmische verhouding heeft tot het slaapliedje dat zij zingt. Om te vermijden dat een gesprek of een toespraak stilvalt, vullen de gespreksgenoten of luisteraars de gaten die de spreker openlaat op met korte woordjes of keelgeluiden. Vrouwen die maniok stampen, mannen die het damspel spelen, bedienden achter hun computer of gewoon twee mensen die elkaar groeten: in Afrika gebeurt dit polyritmisch, waardoor de samenhang van iedereen met elkaar en van alles met alles benadrukt wordt. Ook bij een muzikale gebeurtenis is de samenhang met de sociale situatie waarin het geheel plaatsvindt, het belangrijkst. Een trommelaar op zijn eentje heeft geen zin, een bandje dat speelt zonder dat erbij gedanst wordt evenmin en een dansfeest zonder dat er nieuwsgierigen rondom staan of kinderen tussendoor lopen zal je ook nooit tegenkomen. Muziek is in Afrika geen expressie van individuele gevoelens. Het is evenmin een expressie van geloofsovertuigingen van de gemeenschap, noch van morele regels die de sociale situatie bepalen waarin het geheel van muziek-en-dans plaatsvindt. De ritmen zŠlf vormen de gemeenschap; en het zijn de ritmen zŠlf die de actuele situatie uitmaken. Expressie is ondergeschikt aan vorm en deze vorm hoeft niet noodzakelijk mooi te zijn. Zij moet wel de deelname (participatie) van zoveel mogelijk mensen mogelijk maken of het nu muzikanten zijn, dansers of toeschouwers. De muziek-en-dans moedigt de interactie aan. Zij geeft aan individuen een plaats in de gemeenschap. Tegelijkertijd plaatst die muziek-en-dans de gemeenschap tegenover haar geschiedenis. De basis van elke ritmische laag en de combinatie van ritmische lagen hebben een eeuwenoude geschiedenis achter zich en liggen traditioneel vast. Maar door het vari‰ren van het basisritme en door het improviseren rond het basisritme zoekt het individu niet alleen een plaats voor zich in de gemeenschap, maar verbindt hij ook de actuele gelegenheid met de traditie. We zien dat verandering en vooruitgang in zo'n context niet in tegenspraak zijn met traditie. Integendeel, verandering is slechts mogelijk binnen een bepaalde traditie, die op haar beurt slechts kan blijven bestaan als zij voortdurend aan nieuwe situaties wordt aangepast.
Yanne De Belder, december 1995 (herzien oktober 2002)

Bibliografie:
* John Miller Chernoff: African Rhythm and African Sensibility - Aesthetics and Social Action in African Musical Idioms (Chicago: University of Chicago Press, 1979).
* Francis Bebey: De Muziek van Afrika (Amsterdam: In de Knipscheer, 1993).
* Mickey Hart & Fredric Lieberman: Planet Drum - A Celebration of Percussion * and Rhythm (San Francisco: HarperCollinsPublishers, 1991).