Oefenen: waarom, hoe en hoe vaak?
De moeilijkste taak voor elke djemb'leerkracht is het motiveren van de leerlingen om regelmatig te oefenen. Leerlingen fronsen vaak de wenkbrauwen of gniffelen meewarig als hen gevraagd wordt thuis te studeren. Nochtans kan je niets leren zonder te oefenen. Elke muziekleerkracht zal bevestigen dat je geen enkel muziekinstrument kan leren beheersen zonder dagelijkse praktijk. Heb respect voor het instrument dat je zelf gekozen hebt en denk niet dat je 'maar' op een trommel klopt. Het is niet omdat je instrument er simpel uitziet dat het ook gemakkelijk te bespelen is. Het tegendeel is waar. Bovendien stamt de djemb' uit een cultuur die niet de onze is en die je je moet eigen maken alsof het een taal betreft. En je weet dat je geen enkele taal kan leren spreken door slechts ''n avond op de week te oefenen. Je betaalt een niet onaanzienlijk bedrag om les te volgen. Zorg er dan voor dat dat geld ook wat opbrengt. Het is het leukste als je elke les kunt beginnen vanaf het punt waar je de vorige les ge‰indigd bent. Maar als je tijdens de week niet oefent, blijf je niet enkel ter plaatse trappelen maar ga je achteruit! Voor alle duidelijkheid: Belgisch Afrikaans Slagwerk is een muziekschool. Wij bieden geen wekelijkse bezigheidsterapie aan. Er zijn genoeg anderen waar je voor dit laatste terecht kunt. De wekelijkse lessen vormen slechts een klein deel van het gehele leerproces naast je dagelijkse oefensessies, het repeteren en optreden in groep en het begeleiden van Afrikaanse danslessen. In de lessen wordt er nieuw materiaal aangebracht en wordt middels de herhalingslessen gekeken of je gevorderd bent in het vroeger aangeleerde materiaal. Maar het verwerken, memoriseren en interpreteren van nieuwe ritmen moet je zelf doen tijdens je oefensessies. Ook voor klankvorming en voor het instuderen van technieken zoals roffels, is het thuis oefenen belangrijk. In de les kan je immers moeilijk op je eigen tempo werken en kan je ook niet goed je eigen klanken horen. Je mag ook de fysieke factor van het djemb'- en doundounspelen niet onderschatten: je moet er spieren voor kweken. Als je een beweging uitoefent die je niet vaak doet, zal je 's anderendaags spierpijn hebben tengevolge van het melkzuur dat zich in de spieren heeft opgehoopt. Daar is geen enkel probleem mee want als je die beweging blijft herhalen, gaat dit melkzuur zich omzetten in nieuwe spiercellen. Een sportdokter kan je vertellen dat ongebruikte spieren na 48 uur weer beginnen af te breken (atrofie). Als je onverwachts snel moet spelen (roffels bvb.) en je spieren zijn er niet naar gevormd, ga je te gespannen spelen waardoor je je spieren overbelast met kans op ontstekingen tot gevolg. Je ziet dus dat enkel om fysieke redenen dagelijks oefenen al belangrijk is. Bovendien bevordert een ontspannen manier van spelen je klankvorming, je feeling, je dynamiek en je snelheid, kortom je muzikaliteit. Niet enkel je spiercellen moeten geoefend worden, maar ook je hersencellen of beter gezegd: welbepaalde verbindingen tussen hersencellen die ritmische patronen uitmaken. Een geoefende djemb'speler beschikt bewust of onbewust over een enorme voorraad ritmische patronen die als 'geluidsbestanden' en in termen van links/rechts-combinaties opgeslagen liggen in zijn ritmische geheugen. Hij/zij beschikt ook over een zeer gevorderd ruimtelijk inzicht in tijd (dit is geen contradictie: in geluid, muziek en ritme ontmoeten ruimte en tijd elkaar) dat je zou kunnen vergelijken met het inzicht van wiskundigen. Je mag het belang hiervan niet onderschatten. Dit alles is het gevolg van het aanleggen van nieuwe verbindingen tussen hersencellen en we weten dat dit enkel tot stand kan komen door regelmatig te herhalen. Bij oudere mensen (ik spreek over +25-jarigen) komen deze verbindingen trager tot stand. Je oefent om eigen variaties uit te proberen en om te leren improviseren. Je oefent om de verschillende feelings of pulsaties te leren beheersen en je oefent om je dynamiek te leren bemeesteren (het verschil maken tussen stil en luid en alle niveaus ertussen zonder je klanken, ritmen, tempo en ontspannenheid te verliezen). Kortom, al oefenend kweek je een muzikaliteit aan. En tenslotte maar niet in de laatste plaats, oefen je voor de lol. Je zult merken dat je, naarmate je meer werkt, ook meer plezier zult beleven aan je spel. Alleen oefenen doe je om op je eigen tempo de nieuwe ritmen in te oefenen, om technieken te trainen, om lange soloritmen te memoriseren en om je klanken mooi te vormen. Het is ook belangrijk om in groep te oefenen. Zo oefen je op samenspel, op het toepassen van de polyritmiek van alle Afrikaanse ritmen, op het luisteren naar elkaar, op het spelen met doundouns, op het ruimte laten voor elkaar, op het toepassen van begeleidingsritmen in tegentijd en van soloritmen in tegenritme, enzovoort. Afrikaanse danslessen begeleiden doe je vanaf niveau 4 of 5 om te trainen op spierkracht, uithouding en tempo, om ontspannen, beheerst en gedoseerd te leren spelen en om te weerstaan aan 'storende' omgevingsfactoren zoals uitfreakende solisten en dansende blote benen. Je leert er vooral hoe de muziek bij de dans past en hoe dansers en slagwerkers met elkaar communiceren. Ook als je tijdens danslessen enkel een shekere, een bel, een begeleidende djemb' of doundoun bespeelt, zal je heel wat kunnen opsteken door goed te luisteren naar de manier waarop de solist de danseressen of dansers volgt. Voor niveau 1 raad ik aan om elke dag even te trommelen (als je een djemb' bezit) of aan de djemb'les te denken. Van niveaus 2 en 3 verlang ik, om ten volle van je lessen te kunnen profiteren, om niet te vergeten wat je vroeger leerde en om de nieuwe zaken te verwerken, dagelijkse oefensessies van minimum een half uur. Vanaf niveau 4 moet je minstens ''n uur per dag oefenen. Voor niveaus 5 en 6 kan een oefenschema er zo uitzien: 1 dag repeteren met je eigen ensemble, 1 dag begeleiden van Afrikaanse dansles, 1 dag djemb'les op de Bas*boot en de overige dagen individuele oefensessies van 1 uur (je mag een dagje per week vrij nemen; wat zijn we toch vriendelijk, niet?). Wat kan je zoal doen tijdens je eigen oefensessie? Je kiest een gezellig ritme waar de drie klanken (liefst voor beide handen) in voorkomen, waarmee je je rustigaan opwarmt. Je begint traag en drijft het tempo geleidelijk op gedurende een tiental minuten totdat je je lekker warm voelt worden. Vervolgens oefen je, terwijl je goed luistert, met beide handen je klanken. Probeer het verschil tussen de middentoon 'doem' en de hoge toon 'tak' zo groot mogelijk te maken. Tussen sterke en zwakke hand mag er geen verschil zijn, noch in volume, noch in toonhoogte of klankkleur. Doe dit alles in verschillende combinaties en voer ook hier geleidelijk het tempo op zonder je klanken te verliezen. Vervolgens oefen je je roffels: roffels van drie (links en rechts), roffels van vijf (sterke hand) en roffels van zeven (sterke hand). Ondertussen zijn we al een halfuurtje ver. Nu begin je te werken op de nieuw aangeleerde ritmen. Als je een punthoofd gekregen hebt, leef je je tenslotte nog eens goed uit op een vroeger aangeleerd ritme. Voor gevorderden raad ik aan om alles te combineren. Probeer voor elk ritme een manier te vinden om de melodie van de doundouns (bvb. d.m.v. je 'bas'-klank) te combineren met de begeleidingsritmen resp. het basisritme. Dit scherpt je polyritmisch gehoor en je inzicht in ritmische cycli. Probeer ook te vari‰ren rond de aangeleerde traditionele soloritmen. Dit kan door klanken te veranderen, door roffels toe te voegen, door 'cut & copy' toe te passen, frazen aan elkaar te binden of te doubleren, een zelfde figuur in tegenritme te herhalen, enzovoort. Maak gebruik van het basisritme om telkens weer op je pootjes terecht te komen. Tot slot nog enkele tips om burenklachten tegen te gaan. Praat met je buren, speel eens voor ze of nodig ze uit op een feestje waar je met je vrienden een nummertje opvoert. Maak ze warm om zelf ook te musiceren of op een andere manier af en toe lawaai te maken. Spreek af wanneer je het best kan trommelen en probeer te weten te komen wanneer zij niet thuis zijn, wanneer zij hun dutje doen, enz. Als dit niet lukt, heb je misschien een kelder, garage of tuinhuis waar je niemand stoort (een zolder is niet zo goed omdat trillingen worden doorgegeven van de vloer in de muur en zo tot het eind van de straat!). Misschien kan je oefenen bij iemand anders thuis als die tolerantere buren heeft. Je kan ook je djemb' dempen door een handdoek op het vel te leggen en een doek of kussen in zijn gat te steken of door de djemb' gewoon in zijn zak te laten zitten. Probeer contact met de vloer te vermijden of zet je trommel op een stuk rubber of een dik tapijt. Speel in een ruimte die goed aangekleed is met tapijt, gordijnen, boekenrekken,... om galm te vermijden. Je kan natuurlijk ook een geluidsarme kamer construeren met een zwevende vloer en losstaande muren. Er zijn alternatieven mogelijk: je kan stil spelen (een 'doem' speel je dan enkel met de wijsvinger, een stille 'tak' speel je met de voorste kootjes van je middelste drie vingers op de rand van je trommel), je kan tokkelen op tafel of kletsen op je billen of je kan de ritmen zingen. Op een warme dag kan je in het park gaan spelen. En voor de rest moet je gewoon zoveel mogelijk luisteren naar djemb'muziek: luister naar je eigen opnamen uit de les, ga naar afro-concerten, koop percussie-CD'tjes, volg lessen in Afrikaans dansen of ga die lessen observeren. De koninklijke weg naar de bemeestering van je instrument gaat immers voortdurend langs volgende etappes: 1. leren luisteren, 2. leren zingen en 3. leren spelen. Veel oefen-genot!
Yanne De Belder, december 2001 (herzien oktober 2002)
