Polyritmiek en polyluisteren

Als er één zaak is waar Belgisch Afrikaans Slagwerk de afgelopen jaren de nadruk op gelegd heeft, is het wel het feit dat Afrikaanse muziek niet aangeboren is, maar aanleerbaar. Muziek zit niet in het bloed maar in de cultuur. Als het voor Afrikanen makkelijker is om slagwerk en polyritmen aan te leren, is dat niet omdat zij daar een erfelijke aanleg voor hebben maar omdat zij van jongsafaan in een cultuur baden van "polyritmische" sociale relaties, van communicatie via 'call and response'-patronen en van het streven naar participatie van alle leden van de samenleving; en omdat al deze kenmerken van samenleven weerspiegeld worden in alle aspecten van de cultuur, meer in het bijzonder in de muziek-en-dans die de mensen samenbrengt bij alle belangrijke gebeurtenissen. (zie de tekst 'Muziek in Afrika'). Je voelt op je sokken aan dat het niet meer zo moeilijk is om een ritme te leren spelen als je het van kindsbeen af al honderden malen hebt gehoord, als je er al tientallen malen op gedanst hebt of als je het al begeleid hebt met handgeklap, een diabara (kalebas-schudder) of een karignan (bel).

Als Belgen zijn wij genoodzaakt één en ander te compenseren en dat kan slechts door veel te luisteren. Door djembe te spelen leer je technieken onder de knie te krijgen, maar door te luisteren leer je de juiste 'feeling' te vatten. Met veel luisteren bedoel ik niet alleen vaak luisteren, maar ook op verschillende manieren en verschillende niveau's.

In de eerste plaats probeer je zo vaak mogelijk Afrikaanse muziek(-en-dans) live mee te maken. Het jaarlijkse B.A.S.feest! en het meemaken van de optredens op die avond beschouwen wij als een onderdeel van je opleiding tot djembespeler. Verder ga je naar elk Afrikaans concert in je buurt en ga je geregeld eens luisteren en kijken naar lessen in Afrikaans dansen. Of beter nog: je danst zelf mee. Dat is de natuurlijkste manier om naar Afrikaanse muziek te luisteren: je absorbeert al dansend de muziek in lichaam en geest zonder dat je gehoor of je hersenen zich hoeven in te spannen.

Verder luister je regelmatig naar opnames van Afrikaanse muziek op CD (zie discografie hieronder), op de radio (er zijn zogenaamde wereldmuziek-programma's op Radio 1, Klara en Studio Brussel) en in films (Derde Wereld-filmfestivals, ...) of op televisie (thema-avonden en Afrikaanse films op ARTE,...). Ook hier is het erg belangrijk dat je niet alleen geconcentreerd naar de muziek luistert, maar ook vaak op een ontspannen manier met de muziek als achtergrond voor je dagelijkse bezigheden (in de auto is bvb. ideaal).

Voor velen is de wekelijkse les de enige mogelijkheid om de Malinké-ritmen die wij aanleren in zijn polyritmisch geheel met doundouns, bellen, enzovoort te horen. Spits dus je oren en probeer vooral oor te hebben voor de verschillende klanken, voor het polyritmisch samengaan van de verschillende instrumenten, voor tegentijden en tegenritmen en voor de verschillende pulsaties. Voor velen is luisteren een leerproces, want na 12 of meer jaren (z)onderwijs hebben velen van ons afgeleerd om te leren op de ons aangeboren manier, d.w.z. door imitatie na observatie (zie de tekst 'Didactiek in Afrika'). Ideaal is ook het opnemen van de les of van stukken van de les op een cassette of minidisc die je dan tijdens de week enkele malen kan beluisteren, vooral dan voor degenen die wegens tijdsgebrek, practische problemen of bejaarde buren niet vaak kunnen oefenen. Let er op dat je de opname telkens met het begin-appèl start, anders zou je het ritme "verkeerd" kunnen horen (het verschijnsel van de auditieve illusies: je 'hoort' of 'voelt' de tijd op een andere plaats dan waar hij is).

Als je in groep speelt (bij dansbegeleiding, in je eigen slagwerkband of in de les), maak er dan een gewoonte van voortdurend naar elkaar en naar het geheel te luisteren. Luister hoe jouw begeleidingsritme het andere aanvult, hoe jouw ritme op dat van de doundouns past (vooral de sangban voor Guinese dansen en de dounoumba voor Malinese) en luister zeker naar de solist, die de leider van de groep is. Heb oor voor de pulsatie die hij aangeeft, pas je eigen volume aan aan dat van hem/haar en wees attent op versnellingen die hij aangeeft. Je relatie met de solist (en eigenlijk met alle muzikanten en dansers) is er een van communicatie. Reageer dus kwiek op elk teken van de solist, blijf bij de muziek, droom er niet van weg. Laat je niet overdonderen door de muziek, maar tracht de muziek te bemeesteren. Ook voor doundounspelers is het belangrijk zich constant op de solist te richten. Van een pauze tussen twee solo's of tussen twee dansers maak je als dounoumba-speler gebruik om te improviseren en bepaalde solo's kan je met variaties een ondersteunende baslijn geven. De sangban-speler heeft vooral oor voor chauffements: hij is de kern van elke versnelling.

De solist moet zijn oren natuurlijk het meest spitsen. Hij mag niet beginnen improviseren als de polyritmiek "niet goed zit" en al solerend moet hij voortdurend luisteren, niet alleen omdat zijn traditionele soloritmen op een welbepaalde manier op de andere ritmische lagen inhaken, maar ook omdat zijn improvisaties in de geest van de basis moeten blijven. Daarom moet hij goed naar de doundouns luisteren die de melodische structuur vormen waarin zijn frazen moeten passen. De begeleidingsritmen op djembe bepalen dan weer de pulsatie van zijn frazen. Als leider van de muziek moet hij zijn muzikanten op elk moment weten in te schatten. Hij moet ogenblikkelijk het minste onregelmatigheidje aanvoelen bij één van de muzikanten. Als er iets misloopt, mag hij niet verder soleren totdat hij de zaken weer heeft rechtgezet. Ook moet hij aanvoelen wanneer een muzikant bijvoorbeeld moe wordt of zijn ritme dreigt te verliezen, een versnelling niet volgt, enz. In elk geval is het zorgdragen voor het totaalgeluid van de muziek de belangrijkste taak van de solist: hij mag de polyritmiek niet naar de maan helpen door te willen pochen met wat hij al kan. Ook op het vlak van tegentijden en tegenritmen is voorzichtigheid geboden: sommige solofrazen die erg mooi zijn, kunnen onervaren begeleiders doen kapseizen! (zie de teksten 'De solodrummer bij de Malinké' en 'Improvisatie in Afrika').

Tenslotte is het belangrijk steeds goed naar jezelf te luisteren, ook als je op je eentje oefent of optreedt. Klinkt die 'tak'-klank wel hoog genoeg, klinkt die 'doem'-klank wel dof genoeg, 'plakken' de klanken niet teveel (zijn ze open genoeg)? Klinkt de zwakke hand niet stiller of minder duidelijk dan de sterke? Speel je met de juiste pulsatie? Hoor je de tijd juist of laat je je vangen door een auditieve illusie? Probeer voor je begint te variëren of improviseren, eerst begeleidingsritmen en basisritmen gedurende een lange tijd te spelen en luister naar wat er gebeurt. Probeer je te concentreren op de verschillende ritmen waarmee je begeleidingsritme is samengesteld: een ritme voor de 'doem'-klanken, een ritme voor de 'taks' en een voor de 'bassen'. Probeer er eens uit te lichten wat je linkerhand speelt en dat wat je rechterhand speelt.

Ik had het daarnet over de doundouns die de structuur van de solofrazen vormen, terwijl de begeleidingsritmen de pulsatie vormen. Pulsatie wordt in het Frans 'pulsion' of 'feeling' genoemd (jawel, ook Fransen gebruiken graag Engelse termen!) en in het Engels 'groove' of 'swing'. Eigenlijk duidt dit op alles wat niet met ons muzieknotatiesysteem op te schrijven is, maar toch een belangrijke functie heeft als onderliggende cadans. Vandaar het gevaar bij het noteren van muziek uit orale culturen en vandaar ook het belang van goed luisteren. Het gaat hier immers om iets dat je niet kunt schrijven, niet kunt zien en slechts moeizaam onder woorden kunt brengen. Dat merk je alleen al aan de poëtische woordenschat die we moeten bovenhalen om dit fenomeen te beschrijven. De pulsatie bepaalt de manier waarop de achterliggende 'rol' of voortdurende handenzetting (d.i. de logica achter de handenzetting van een begeleidingsritme) gespeeld wordt. Bij de Malinké-ritmes onderscheiden we ruwweg een vijftal verschillende pulsaties.

Het eenvoudigste zijn de ritmen in 4 (ook wel vier kwart-maat genoemd). Je kan die gewoon 'rechtdoor' of 'vierkant' spelen zoals bij Diansa, Dalah, Moribayassa,... Deze ritmen zijn perfect noteerbaar. Je kan ritmen in 4 ook spelen met een feeling die meer in de richting van een twaalf achtsten-maat gaat, maar toch weer niet helemaal. Hierbij komen de slagen van de zwakke hand iets dichter naar de daaropvolgende slag van de sterke hand te liggen, met als resultaat datgene wat wij de 'dromedaris groove' genoemd hebben. Voorbeelden hiervan zijn Fankani, Kononayiri, Yagba en Yarabi. Vaak zijn dit iets tragere dansen of ritmen die als begeleiding van een lied de dans inleiden. Deze pulsatie komt heel vaak voor bij Malinese ritmen. In de zes achtsten-maatsoort (6/8) zijn er twee verschillende pulsaties: enerzijds de ritmen die gespeeld worden als Soli, Mendiani en de Dounoumba-dansen. Hierbij volgt de ritmiek van het geheel de cadans van de bellen die "ken ken ... ken ken ... ken ken ... ken ken ..." spelen, met de tel (de 'beat') telkens op de tweede "ken". Anderzijds zijn er de ritmen van de Dja-familie zoals Djagbewara en Soko. Ook hier wordt de cadans bepaald door de bellen die "ken ken ... ken ken ..." spelen, maar hierbij ligt de tel telkens op de eerste "ken". Dit is een pulsatie die niet gemakkelijk aan te voelen is voor Westerse oren. Opgelet: noch de ritmen van de groep 'Soli', noch die van de groep 'Dja' worden volledig in 6/8 gespeeld. De twee "kens" liggen telkens net iets verder uit elkaar dan je zou verwachten in een ternaire maatsoort. Tenslotte zijn er de ritmen die tussen de maatsoort in 4 en die in 6/8 liggen, zoals Sounou, Soboninkun en Geredon. Ook dit is een pulsatie die vaak voorkomt bij Malinese ritmen. Hierbij 'rolt' de ene hand binair en de andere ternair, zodat je al een echte polyritmiek krijgt in het spel van één persoon.

Merk op dat elke pulsatie zijn eigen manier van 'appèl' geven heeft. De appèl of de 'blockage' van de dans moet de juiste pulsatie altijd aangeven. De hierboven beschreven indeling is niet uitputtend. Er zijn nog andere pulsaties die gebruikt worden, zeker als je gaat luisteren in andere culturen dan die van de Malinké. Ook is het niet altijd juist om het ene ritme bij de ene groep in te delen en het andere bij de andere groep. De meeste dansen/ritmen maken bij elke opvoering immers een evolutie door met transities van de ene pulsatie naar de andere, bvb. van het zanggedeelte naar het dansgedeelte of tussen twee onderdelen van de dans. Vaak vertrekt een ritme in de 'dromedaris groove', gaat bij het begin van de dans over in een 'vierkante' pulsatie om na een versnelling te eindigen tussen binair en ternair in of in een gewone 6/8-feeling.

Yanne De Belder, februari 1999 (herzien oktober 2002)

Hier volgt een beknopte discografie van djembe-muziek:
  • Mamady Keita & Sewa Kan: Percussions Malinke: Wassolon (1989 Fonti Musicali)
  • Mamady Keita & Sewa Kan: Nankama (1992 Fonti Musicali)
  • Mamady Keita & Sewa Kan: Afö (1998 Fonti Musicali)
  • Mamady Keita: Mögobalu (2CD, 1995 Fonti Musicali) (met traditionele muzikanten en zangeressen)
  • Mamady Keita: Hamanah - met Famoudou Konate (1996 Fonti Musicali) (enkel Dounoumba-dansen)
  • Adama Dramé: Percussion Mandingues (1992 Playa Sound)
  • Adama Dramé et Foliba: Percussions Mandingues - vol. 2 (1994 Playa Sound)
  • Adama Dramé et le Foliba: Percussion pour Mandela (met Mariama Kanté) (1995 Zuiderpershuis)
  • Adama Dramé: 30 ans de jembé - San bissaba foli (1996 Playa Sound)
  • Festival music from Mali: Donkili - Call to dance (met Fodekaba Diabate) (1997 Pan records)
  • Griot music from Mali #2: Bonya - Respect (1997 Pan records)
  • Soungalo Coulibaly: Percussions et chants du Mali "Laïla ilala" (1992 Arion
  • Farafina: Bolomakoté (1989 Verabra records)
  • Famoudou Konaté: een nieuwe CD ligt nu in de winkel
  • Mamady Keita en Famoudou Konaté spelen Guinese muziek. Fodekaba Diabate speelt
  • Malinese Malinké-muziek. Adama Dramé en Soungalo Coulibaly wonen beiden in Ivoorkust, maar spelen resp. in de Burkinees-Malinese en de Malinese stijl. Farafina is een Burkinese groep die ondertussen ook enkele CD's uitbracht op Real World Records. Zoek ook eens naar CD's van de Nationale Balletten van Guinée, Mali, Ivoorkust, Burkina Faso en Senegal. Raadpleeg de catalogus van 'Musiques du Monde' van het platenlabel Buddha Records.