Het uitschrijven van Afrikaanse ritmes

Problemen bij interpretatie

Een delicaat maar schitterend onderwerp, vooral in ons internet- en kennistechnologisch tijdperk en in een tijd van globalisering en egalisering, van tempering van ongelijkheden, van samensmelten van putten en bulten, zelfs van het omzeilen van moeilijkheden. Wat heeft dit alles met de muziek uit West-Afrika te maken? Heel veel! Zoals snel uit dit artikel zal blijken.

Het auditieve geheugen

Het auditieve geheugen, waarbij muzikale gegevens louter door herinnering worden opgeroepen, is in onze cultuur al een hele tijd niet echt meer ingeburgerd. Het leren lezen van partituur is ''n van de eerste dingen die nu in het reguliere muziekonderwijs worden onderwezen. Dat was niet altijd zo! Onze verre voorouders konden dan wel geen partituren lezen, zij waren echter heel goede muzikanten. Zij hoefden geen blad papier maar ontwikkelden een luisterend oor. We hoeven daarvoor maar een paar eeuwen op onze schreden terug te keren en te bekijken hoe muziek werd doorgegeven en uitgevoerd tot aan het einde van de middeleeuwen en verder nog een stuk in de renaissance. Schrift en alfabetisering waren toen nog bijna science fiction. Maar het luisteren en het invallen van (koor)zangers en instrumentalisten op alle niveaus naargelang de melodie‰n van de andere partijen zich ontwikkelden, was ''n van de vaardigheden waarover een (goed) muzikant toen moest beschikken. Er bestonden wel muzieknotaties die konden gaan van zeer rudimentaire tekens tot een iets meer uitgewerkt notenschrift, die in de loop der eeuwen werden opgetekend en die ontcijferd konden worden na een opleiding van leerling tot meester en dat was toen: van mond naar oor.
Techniek stimuleert de evolutie. Sinds de ultrarustige monniken hun ganzenveer en inktpot inruilden voor de drukpers werd de geschreven reproductie van muziek meer en meer een feit. De muziek en het notenschrift werden op elkaar afgestemd en het musiceren op zich werd een algemeen verspreide bezigheid. Met al heel snel een nieuwe uitsplitsing tussen de elite (wie kan zich papier veroorloven, wie kan de noten lezen, wie heeft er tijd voor om muziek als studie op zich te nemen?) en het leutige volkse: zingen en spelen onder mekaar, improviseren, modificeren, dynamiek in de muziek! Het is trouwens op caf' dat de eerste meerstemmigheid ontstond en niet achter de schrijftafel in het brein van een theoreticus. Allerhande evoluties en revoluties binnen het muzieklandschap leidden tot de enorme overvloed van muzieksoorten, stijlen, indelingen, artiesten à op de dag van vandaag. Met, niet te vergeten, de computer, zijn programmaÆs, het internet, de mogelijkheden ervan maar ook zijn beperkingen.

La parole sort dÆune ancienne bouche pour entrer dans une nouvelle oreilleÆ

Dit spreekwoord (æHet gesproken woord gaat van een oude mond naar een nieuw oorÆ) zegt heel veel over de manier waarop traditie in Afrika wordt doorgegeven. Muziek als onderdeel van deze traditie behoort dus ook met respect hiervoor benaderd te worden. Op deze manier is de enige geldige bron: het auditieve geheugen van de leraar. En dit geheugen heeft zo zijn voordelen! Iedereen die zijn eerste slag op de djemb' of een andere trom slaat heeft al snel door dat het niet alleen gaat over het slaan op een trom, maar vooral, over hoe er wordt op geslagen en hoe deze slagen moeten ge‹nterpreteerd worden in de context van het hele ritme. Voor dit geheel wordt vaak het woord feeling gebruikt. Dit woord moet echter heel breed ge‹nterpreteerd worden. Feeling gaat namelijk verder dan het aanvoelen van een ritme maar houdt ook in dat de verklanking ervan zo dicht mogelijk de bron benadert en dit vraagt een heel sterk ontwikkelde luisterattitude en een auditief analyserend vermogen. Vaardigheden die we onderweg in onze opvoeding voor een deel zijn kwijtgeraakt. Op luisteren wordt echt niet veel de nadruk gelegd, maar wel op lezen en schrijven, het omzetten van symbolen naar begrijpbare taal. Nochtans is het luisteren ons aangeboren - we zijn groot geworden door te luisteren en te kijken - maar we gebruiken deze vaardigheid niet echt bewust meer wat het bestuderen en studeren van muziek betreft. We luisteren wel heel veel naar muziek, zingen tal van liedjes mee, dansen en fuiven op muziekà maar brengen dit luisterend en anticiperend vermogen niet meteen over op het bespelen van de trom. Niemand vindt het raar om uren naar een cd te luisteren, maar uren trommelen alleen of naast je leraar om de juiste feeling te pakken te krijgen, dat is minder evident! Het alleen trommelen is misschien niet zo leuk, maar het is een onderdeel van het werk: daar hoor je precies hoe het met je klanken zit, daar heb je de tijd om het rustig aan te doen! En daar merk je ook hoe moeilijk het soms is om wat je hoorde mee te dragen naar huis. Daar hoor je wat er soms maar van overblijft. En daar besef je misschien hoe belangrijk het is om dat luisterend oor en dat auditieve geheugen toch maar te trainen. Op dat vlak zijn de voorbeelden legio: het fenomenale geheugen van onze voorouders en van elke zwarte muzikant zou legendarisch moeten zijn!
Naast de aspecten feeling, luisteren en onthouden is ætijdÆ van groot belang. Niet alleen om de muziek de tijd te geven om zich in je lijf te nestelen, maar ook de tijd die je zelf spendeert om bewust (les en studie) en onbewust (alle andere vormen van muziekbeoefening zoals optredens, fuiven, opnames, een trommelende buurman, een roffelende groetà) aan je muziek te besteden.

Interpretatie en het geschreven geheugen

Om dit gebrek aan een luisterend oor op te vangen grijpen heel wat mensen snel naar de meer gekende praktijken: opschrijven van een ritme. Op zich niet slecht, wanneer met een aantal belangrijke zaken wordt rekening gehouden. Notatie is in het geval van Afrikaanse muziek een rationele benadering van een levend ritme. Met een levend ritme bedoel ik: de klanken, de ritmische melodie, de context van het ritme, het geheel van de verschillende partijen, de beeldende voorstelling van de dans, het lied, de hitte en het stof, de warmte: de ziel van het ritme, mens en klank, iedere keer anders of toch bijna. Want ongeveer alles is relatief: de tijd, de snelheid, de toonhoogte, de dynamiek, de plaatsing, de improvisaties, zelfs het aantal muzikanten. Niet in het minst tijdens de lessen, hoe intens, zwaar of licht ze soms ook zijn, zijn we bezig met het zoeken naar de ziel van het ritme: het ongeruste verschuiven van klanken, alle menselijke probeersels om elke klank zijn juiste plaats te geven, dat is niet minder dan het zoeken naar de interpretatie van een ritme. Wanneer je dit alles probeert op te schrijven kom je gewoon voor problemen te staan. En daarom is elk genoteerd ritme persoonsgebonden, want iedereen is verplicht om op ''n of andere manier de interpretatie ervan in zich op te nemen en op een eigen manier door te geven. Geen twee notaties zijn dezelfde tenzij Afrikaanse muziek geprangd wordt in het korset van het westers notenschrift met zijn eigen conventies, zijn eigen maten en gewichten. Inblikken en conserveren, zo zou je dat proces kunnen benoemen. Bij het opschrijven van een ritme moet elke durver dus goed weten dat hij of zij bezig is met het maken van een skelet waaraan heel wat æaccessoiresÆ moeten opgehangen worden, wil het ritme weer wat leven ingeblazen krijgen.
Het noteren van een ritme impliceert ook een andere analysemethode dan deze die is gebaseerd op het auditieve, het luisteren. Bij dit soort luisteren ben je voortdurend bezig met relaties horen, met het horen van verschillende dingen tegelijkertijd. Bij het noteren kan je gemakkelijker de verschillende partijen isoleren en zo de relatie ertussen opnieuw interpreteren. De nuances van de verklanking moet je opslaan in je auditieve geheugen. In die zin kunnen beide geheugens elkaar perfect aanvullen en hun informatie onderling uitwisselen. Dit is geen pleidooi voor het collectief starten van een schrijverscursus, zeker niet. Ik wil hiermee eerder mensen geruststellen die met opschrijven bezig zijn, mits ze een aantal voorwaarden in acht nemen. Hou het persoonlijk en maak daarnaast voldoende goede opnames van wat je wil noteren. Een goede opname geeft al een groot stuk van de interpretatie en van de feeling mee. Alhoewel, daar mis je dan de mimiek en het handenspel van de speler, lichaamstaal die vaak nog een bijkomende bron van informatie is!
In deze context wil ik ook het verschil tussen notatie en transcriptie verduidelijken. Met notatie bedoel ik, dat iets auditiefs schriftelijk vastgelegd wordt binnen een zelfde systeem. Een melodisch dictee bijvoorbeeld waarbij de klanken van de piano op een notenbalk worden opgeschreven. Deze systemen zijn op elkaar afgestemd. Bij een transcriptie schrijf je iets op terwijl je switcht tussen twee verschillende systemen die niet op elkaar zijn afgestemd. Een oraal doorgegeven muziekstuk bijvoorbeeld waarbij ook een interpretatie hoort waarvoor nog geen algemeen geldend notatiesysteem bestaat om alles op te schrijven Šn om toe te laten om dit zonder verdere verduidelijking ook weer te gaan interpreteren. Toegespitst op de Afrikaanse muziek die wij bestuderen en het Westers notenschrift (waartoe ook vele persoonlijk uitgedokterde notatiesystemen behoren omdat daar wordt gewerkt met maten en tijden) merken we dat in beide muzieksystemen andere principes worden toegepast.

Plukken van het internet

Leer jezelf djemb' spelen! Een reis op het internet levert algauw veel mogelijkheden op. Geen strenge leraar voor je maar een relatief makkelijk te lezen notatiesysteem. Zelfs beelden van æhoe maak je een bas, een ta of een toeÆ of hoe je een klank ook maar benoemt, zijn er te vinden. Kippenvel krijg ik er soms van, want het risico om de ritmes verkeerd te leren en verkeerd te interpreteren is erg groot. Het wordt immers zeer gevaarlijk wanneer enkel nog beroep wordt gedaan op geschreven bronnen van muziek die in se niet genoteerd wordt. Tegenwoordig ligt een dergelijk leersysteem binnen handbereik van nagenoeg iedereen. Het grote gevaar dat hierin schuilt is dat mensen deze ritmes gaan spelen vanuit deze notaties die de wereld rondzwerven, zonder echt te weten waarover het gaat. Allerhande modificaties die niets meer met het ritme te maken hebben zijn daar een gevolg van. Het is immers zo, en in alle voorgaande artikels die verschenen in B.A.D is daar reeds verschillende keren de nadruk op gelegd, dat een ritme slechts op een verstandige manier kan evolueren wanneer vertrokken wordt vanuit een stevige basis en deze basis is in dit geval: de traditie, zoals die al trommelend overgeleverd wordt van muzikant naar muzikant. Hoe moeilijk is het niet om mooie improvisaties te maken op een ritme wanneer je dat ritme niet echt grondig kent? Het is verleidelijk om snel te gaan denken dat je het ritme nu wel kent wanneer je niet verder gaat dan de verklanking van het skelet ervan.
Sommige sites geven als toetje beluisterbare samples en andere systemen om de toversleutel van het schrift toch naar klank om te zetten. In dit geval raadpleeg je inderdaad een auditieve bron, een bron die niet levend is, maar die in het beste geval een technologische reproductie is van een levende bron. In het slechtste geval heb je een reproductie via een drumcomputer aan je oren en dat is iets totaal anders dan een trommelende leraar die al zijn energie steekt in het doorgeven van zijn kennis. Bovendien wordt lang niet altijd de bron bekend gemaakt waar al deze informatie vandaan komt. Redenen genoeg om erg kritisch te blijven ten opzichte van al wat geschreven en gedrukt voor waarheid wordt verkocht. De gemakkelijke toegankelijkheid van dergelijke cursussen op het internet schept immers een bedrieglijk eenvoudig beeld van wat West-Afrikaanse muziek eigenlijk is. -

Rachel Laget, Februari 2003