Een vergoeding ontvangen als amateursmuzikant
Je hebt een job en daarnaast is muziek maken voor jou gewoon een toffe hobby: leute maken en je amuseren of iets bijleren. Je hebt het misschien al meegemaakt dat je een dansles begeleidt of een optredentje geeft en daar een kleine vergoeding voor krijgt. Dat neem je er graag bij, want na verloop van tijd gaan de vervoerskosten toch wel zwaar wegen of je hebt andere kosten. Maar mag je zomaar een vergoeding ontvangen?
Ik snuisterde wat rond op het Internet en in vakliteratuur en probeerde daarna enigszins overzichtelijkheid te scheppen in de chaos. Het is niet altijd duidelijk hoe het nu in elkaar zit. Het verschilt naargelang je statuut als werkende, werkloze, zelfstandige, student, enz. Verwacht in dit artikel niet de oplossing van al je vragen. Stel mij ook niet verantwoordelijk voor de inhoud ervan. Het is gewoon een aanzet en oproep om op een verantwoorde en legale manier met je hobby om te gaan. Het is eveneens een oproep naar de organisaties die vergoeden voor hun prestaties: doe het alstublieft op een degelijke, professionele manier. Zo komt noch de vereniging, noch de vrijwilliger in de problemen. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier over prestaties die in opdracht van een organisatie of instantie worden geleverd, dus niet van particulier tot particulier.
Het grootste deel van de informatie haalde ik van www.kunstenloket.be. De site is niet echt gebruiksvriendelijk, maar met wat geduld geraak je wel aan de juiste documenten in het juiste formaat.
1. De kleine vergoedingsregeling
De kleine vergoedingsregeling biedt de mogelijkheid om een kleine vergoeding toe te kennen aan kunstenaars, zonder dat hiervoor sociale bijdragen en belastingen moet worden betaald. Deze worden immers automatisch (dus geen verantwoordingsstukken vereist) beschouwd als forfaitaire onkostenvergoedingen die vrijgesteld zijn van sociale en fiscale heffingen. Aangezien er geen sociale bijdragen betaald worden op deze prestaties, worden er evenmin sociale rechten opgebouwd. De opdrachtgever hoeft geen patronale verplichtingen te vervullen.
Iedereen die een artistieke prestatie levert of een artistiek werk produceert zoals gedefinieerd in het sociaal statuut van de kunstenaar, kan een vergoeding ontvangen. Ik verwijs naar hoger genoemde site voor de definitie van 'kunstenaar' en 'artistiek werk'. Om kort te gaan: de meeste 'werken' die wij als muzikant uitvoeren, vallen hieronder. Zowel kunstenaars die voor hun andere (al dan niet artistieke) activiteiten ingeschreven zijn in het werknemersregime als zij die werken in het zelfstandigenstatuut (al dan niet met een zelfstandigheidsverklaring) kunnen beroep doen op de regeling. Het forfait 'kleine vergoeding' kan echter niet gecumuleerd worden met een honorarium of een loon. Kunstenaars die met een opdrachtgever verbonden zijn met een arbeidsovereenkomst, aannemingsovereenkomst of statutaire aanstelling kunnen voor een prestatie voor dezelfde opdrachtgever niet tegelijkertijd beroep doen op de kleine vergoedingsregeling, tenzij zij bewijzen dat het om prestaties van een andere aard gaat. Een voorbeeld: een muzikant verbonden met een arbeidscontract aan een ensemble, kan tijdens de duur van deze overeenkomst bij dit ensemble geen beroep doen op de kleine vergoedingsregeling Een leraar verbonden aan een school met een arbeidsovereenkomst, mag voor zijn optreden op het schoolfeest wél beroep doen op deze regeling.
Kunstenaars die beroep doen op deze onkostenregeling voor onbezoldigde artistieke activiteiten, kunnen voor dezelfde dag en hetzelfde jaar geen beroep meer doen op de vrijwilligersregeling (zie verder). Indien dit wel gebeurt, zijn de vergoedingen onderworpen aan sociale lasten, zowel voor de vereniging als voor de kunstenaar.
Voorwaarden om te kunnen genieten van de kleine vergoeding
- De vergoeding mag niet meer dan 101,43 euro/dag bedragen (2005; jaarlijkse indexaanpassing).
- Het totaal bedrag van vergoedingen toegekend binnen de kleine vergoedingsregeling mag per jaar niet meer zijn dan 2.028,63 euro (2005; jaarlijkse indexaanpassing).
- Het aantal dagen waarop beroep gedaan wordt op deze regeling mag niet hoger dan 30 zijn.
- Het aantal opeenvolgende dagen waarop bij dezelfde opdrachtgever beroep wordt gedaan op de regeling mag niet hoger dan 7 zijn.
- Men moet een kunstenaarskaart invullen (nog steeds niet beschikbaar). Zolang de kunstenaarskaart niet beschikbaar is, moet je een nominale lijst bijhouden van de toegekende kleine vergoedingen en moet je een verklaring op eer ondertekenen waarin je bevestigt dat je nog in aanmerking komt voor de regeling. Een voorbeeld van onkostennota en verklaring op eer kan je downloaden van hoger genoemde site - onder FAQ 6). De kunstenaarskaart zal je verplichten om steeds vóór dat je gebruik maakt van de regeling, aangifte te doen van je prestatie. In de praktijk zal dit verlopen via een website waar elke kunstenaar kan inloggen om zijn persoonlijke dossier te beheren. In dat dossier schrijf je dan op van wie je welk bedrag ontvangen hebt voor welke prestatie. Dat is niet alleen nuttig voor de fiscus (de bedragen die je ontvangt moet je immers niet aangeven in je belastingen) maar ook voor organisatoren. Die mag je immers alleen zo een vergoeding geven als hij 100% zeker is dat jij nog aan alle voorwaarden voldoet.
- Indien de kunstenaar in de loop van dezelfde kalenderdag meerdere opdrachten uitvoert voor verschillende opdrachtgevers, wordt het toegelaten dagforfait vermenigvuldigd met het aantal opdrachtgevers voor die dag. Doet een kunstenaar dus 2 opdrachten voor 2 opdrachtgevers op 1 dag, dan kan hij die dag 202,86 euro ontvangen.
- Die opdrachtgevers kunnen rechtspersonen, feitelijke verenigingen of particulieren zijn. Bestrijkt een opdracht meerdere dagen, dan mag aan de kunstenaar per dag de onkostenvergoeding van 101,43 euro worden toegekend, voor zover het jaarplafond wordt gerespecteerd en het aantal opeenvolgende dagen bij dezelfde opdrachtgever niet meer is dan 7 dagen.
- De kleine vergoeding wordt beschouwd als een all-in onkostenvergoeding. Zij mag dus niet gecombineerd worden met andere onkostenvergoedingen voor dezelfde prestatie.
Wanneer één van de plafonds wordt overschreden, worden de kunstenaar en de opdrachtgevers onderworpen aan de socialezekerheidswet. Deze opdrachtgevers zijn sociale bijdragen verschuldigd op alle vergoedingen die ze in het desbetreffende kalenderjaar aan de kunstenaar hebben toegekend, tenzij kan bewezen worden dat het om reële onkostenvergoedingen gaat. Ook indien de overige toepassingsvoorwaarden van de specifieke onkostenregeling niet worden nageleefd, zullen kunstenaar en opdrachtgever worden onderworpen aan de socialezekerheidswet.
2. De vrijwilligersregeling
Er is een nieuwe vrijwilligerswet sinds juli 2005 (gepubliceerd in het Staatsblad op 29 augustus) die pas in februari 2006 in werking treedt. Hieronder alvast de hoofdlijnen.
Vrijwilligers ontvangen geen loon, maar ze kunnen wel vergoed worden voor kosten. De vrijwilliger heeft geen recht op deze vergoeding; het is aan de organisatie (vzw, feitelijke vereniging,…) om die beslissing te nemen. Een kostenvergoeding is mogelijk op twee manieren. Ten eerste kan een organisatie haar vrijwilligers vergoeden op basis van de reële kosten waar bewijsstukken tegenover staan. Ten tweede kan een organisatie de kosten van de vrijwilligers op forfaitaire basis vergoeden. De vereniging moet voor de vrijwilliger een keuze maken voor één van beide regelingen. Het is mij nog niet duidelijk of het combineren van verschillende regelingen bij verschillende verenigingen mogelijk is. Hopelijk brengen de uitvoeringsbesluiten bij de vrijwilligerswet uitsluiting.
Reële kostenvergoeding: door de wet als een soort 'standaardregeling' omschreven. Een organisatie kan haar vrijwilligers een vergoeding geven voor vervoerskosten (openbaar vervoer of auto), verblijfskosten (hotel, eten), telefoonkosten (ook voor gesprekken die van huis uit gevoerd werden), kosten voor opleidingen en cursussen enz. Werk je regelmatig samen met dezelfde vereniging en ontstaat er een 'vertrouwensband', dan kan je misschien bepaalde kosten (deels) terugbetaald krijgen, zoals cursussen en workshops, de aankoop van instrumenten en toebehoren (drumstokken, een nieuw vel, standaards om je douns op te leggen, …), studiemateriaal (cd's en boeken) enz. Misschien kan je ook het onderhoud van je instrument inbrengen, zoals het (laten) opleggen van een nieuw vel. Let op dat je de vrijwilligersvergoeding van een bepaalde dag niet cumuleert met de kleine vergoedingsregeling voor dezelfde dag.
Als de organisatie enkel de reële kosten vergoedt en de vrijwilliger de overeenstemmende bewijsstukken kan voorleggen, is er geen probleem. Sommige kosten zijn echter niet zo gemakkelijk te bewijzen (zoals bv. telefoongesprekken die van huis uit gevoerd worden). De zogenaamde reële kostenvergoedingen zijn niet belastbaar, noch in hoofde van de organisatie, noch in hoofde van de vrijwilliger. Maar natuurlijk mag de vergoeding geen verdoken vorm van bezoldiging zijn (bijvoorbeeld terugbetaling van fictieve kosten of overdreven onkostennota's) want dan kan de fiscus deze toch nog als loon beschouwen.
Forfaitaire kostenvergoeding: de bedragen (die zowel fiscaal als m.b.t. de sociale zekerheid vrijgesteld zijn) van de forfaitaire kostenvergoedingen zijn aangepast. De exacte maximale bedragen zijn: 27,37 euro per dag en 1094,79 euro per jaar. Vanaf 2006 komt daar een maximum per kwartaal bij, nl. 662,46 euro. Dit wordt voorlopig geregeld door een omzendbrief, waardoor vrijwilligers uit alle sectoren niet belast worden als de kostenvergoeding niet hoger is dan deze toegelaten maxima. Ook giften en cadeaus zijn toegelaten als de waarde ervan niet hoger is. Opgelet! Zoals hoger vermeld is deze regeling voor dezelfde dag niet combineerbaar met de kleine vergoedingsregeling, noch met de reële kostenvergoeding.
3. Andere onkostenregelingen?
Geen idee! Heb jij weet van andere mogelijkheden als vrijwilliger? Laat het weten aan het BASteam, zodat iedereen jouw werkwijze kan lezen in Belgisch Afrikaans Drukwerk of op deze webstek. Laat je in elk geval geen arbeidscontract aansmeren zolang je van de kleine vergoedingsregeling of de vrijwilligersregeling gebruik kan maken. Maak de vereniging duidelijk dat het zowel voor de vereniging als voor jou voordeliger is om met dergelijke regeling te werken (vrij van sociale lasten en geen paperassen om bij de belastingen aan te geven).
4. Persoonlijk advies
Deze regeling kan anders zijn naargelang je eigen statuut. Zo moet een werkloze vrijwilligerswerk vooraf schriftelijk melden bij het gewestelijk werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Werkloosheid. Persoonlijk juridisch advies hierover kan je krijgen op telefoonnummer 03 222 40 10. Via hetzelfde nummer of via info@kunstenloket.be kan je een persoonlijke afspraak maken en dan langsgaan op één van de onderstaande adressen.
Gent: Gent Cultuurstad/ Initiatief Beeldende Kunsten / Initiatief Audiovisuele Kunsten / Kunstwerk[t] / Media Desk, Bijlokeklooster, Bijlokekaai 7, 9000 Gent
Antwerpen: Kunstenloket, Hofstraat 15, 2000 Antwerpen
Brussel: JINT, Grétrystaat 26, 1000 Brussel
Gebruikte bronnen
