Van Yuka tot Salsa
Over Afrikaanse invloeden op Cubaanse ritmes
Inleiding
Toen miljoenen Afrikanen van de 16e tot de 19e eeuw als slaven naar het Amerikaanse continent werden gevoerd, namen zij als bagage hun verhalen, liederen, muziek, rituelen en dansen mee. Na kruisbestuivingen met Indiaanse en Europese cultuurelementen ontstonden daar in de 19e en 20e eeuw de eerste vormen van wereldmuziek: jazz, rhythm and blues, reggae, samba en son. In dit artikel zoeken we naar Afrikaanse elementen in de muziek van Cuba, die aan de basis lag van de ontwikkeling van de salsa.
Afrikaanse muziek is polyritmische muziek met een call-and-response-structuur, met gebruik van slagwerkinstrumenten, met veel ruimte voor improvisatie en voor dialoog met dansers en met een sterke band met het religieuze en sociale leven. Die kenmerken vinden we terug in de Afrikaanse erfenis op het Caribische eiland Cuba.
De Spanjaarden koloniseerden Cuba vanaf 1500 en vonden er indianen die hun collectieve dansen begeleidden op spleettrommen, belletjes, rammelaars, fluitjes en schelphoorns. In 75 jaar tijd werd de oorspronkelijke bevolking van 60 000 zielen volledig afgeslacht. Om de plantages voor suiker en tabak van arbeidskrachten te voorzien werden van de 16e tot de 19e eeuw 400.000 slaven uit Afrika aangevoerd. Uiteindelijk bevonden zich op Cuba 100 Afrikaanse etnische groepen die zich in cabildos verenigden om hun tradities in leven te houden. De katholieke Spanjaarden stonden toleranter tegenover de Afrikaanse cultuur en religies dan de protestanten in Noord-Amerika. Afrikaanse religies vermengden zich makkelijk met het katholicisme zodat de verboden animistische godheden en geesten zich konden verschuilen achter katholieke heiligen.
Santeria uit Nigeria
De Yoruba uit Nigeria en Benin brachten een animistische religie met een twintigtal godheden naar Cuba. Zo ontstond de santeria, een 'gedanste' religie met bezetenheidsrituelen die begeleid worden met muziek op heilige batà-trommen, shekeré's, rammelaars en bellen. Terwijl in Nigeria je afkomst bepaalde wie je beschermgod was, werd op Cuba elke volgeling ingewijd in een uitgekozen godheid, de zogenaamde orisha. Na het uiteenrukken van de slavenfamilies was het immers onmogelijk om de stambomen, die voor Afrikanen erg belangrijk zijn, te achterhalen. Net als in Afrika is in de santeria elke orisha verbonden met een eigen ritme en lied.
Voodoo uit Benin
De priesters van de Ewe en de Fon uit Ghana en Benin oefenden een grote invloed uit op de ontwikkeling van de vodun-religie of voodoo in Haïti. Na de slavenrevolutie rond 1900 werd dat land de eerste zwarte republiek in de Nieuwe Wereld en vluchtten blanken, mulatten en huisslaven naar Louisiana, Cuba, Trinidad en Brazilië. Zo verspreidden zij de voodoo over Amerika.
Op Cuba kwam de Haïtiaanse voodoo weer in contact met de Ewe en Fon die zich daar reeds met de Yoruba vermengd hadden. Uit die ontmoeting ontstond in het oosten van het eiland het Tumba Francesa, het feest van de Haïtiaanse gemeenschap op Cuba dat nog steeds gevierd wordt.
Abakuà uit Nigeria en Kameroen
De afstammelingen van Ibibio en andere etnische groepen uit het zuidoosten van Nigeria en het westen van Kameroen worden op Cuba Abakuà genoemd. Zij vormden geheime genootschappen met een mannelijk karakter zoals het luipaardgenootschap. Bij hun zuiveringsrituelen gebruikten zij muziekinstrumenten als trommen, rommelpot (friction drum) en rammelaars. Ook de clave naniga is van hen afkomstig. Het is een benaming die niet alleen voor een liedvorm gebruikt wordt (een soort bolero), maar ook voor een hol stuk hout dat met een conische stick bespeeld wordt.
Yuka en rumba uit Congo en Kameroen
De bantoes op Cuba worden Congos genoemd en hun religie Regla de Congo. De magische kracht van het woord is er heel belangrijk en de gebruikte instrumenten zijn uitgeholde boomstammen met opgespijkerde vellen, claves nanigas en conga's. De Congos waren bekend voor dansen die door de blanke goegemeente ontuchtig genoemd werden. In de chuchumbé drukken man en vrouw hun buiken tegen elkaar en in de yuka, een rijdans die op de plantages gedanst werd, verleidt een man een vrouw en 'scoort' daarbij door op een bepaald moment een bekkenbeweging te maken die de geslachtsdaad symboliseert. Uit deze dansen ontstond later de rumba.
Na de afschaffing van de slavernij op het einde van de 19e eeuw verhuisden veel zwarten van het platteland naar de steden. Daar dansten zij de rumba in gemeenschapshuizen. Als muziekinstrumenten werden cajones (letterlijk: houten kisten), tumbadores of conga's, shekeré's en claves (hardhouten staafjes) gebruikt. Tekst en muziek werden er verfijnd en er ontstonden drie rumbavormen. De yambu is een trage liefdesdialoog, de columbia een snelle demonstratie van mannelijke behendigheid en de guaguanco een stedelijke verleidingsdans. In de guaguanco komt een refrein voor waarin de rumba "breekt". Dit wil zeggen dat het ritme en het tempo veranderen waarna een man voor een vrouw springt en rond haar danst tot hij de kans ziet om een vacunao te maken, een bruuske heupbeweging die de inbezitneming symboliseert.
De rumba werd een populaire dans die zich over de wereld verspreidde. In de jaren '30 ontstond de Europese rumba de salon, twintig jaar later keerde de rumba weer naar Afrika en in de seventies vonden we rumbaritmes terug in de salsa van New York.
Danzon, son en salsa op Cuba en in New York
De danzon is een parendans in de tweekwartsmaat met een tempoversnelling naar het einde toe die aan de rumba doet denken. De muziek werd in het begin van de vorige eeuw uitgevoerd door charanga-orkesten op contrabas, fluit, viool, piano, koperblazers en percussie. De danzon ontstond uit de 17e eeuwse Engelse country dance die als contredanse door de Fransen naar de Caraïben gebracht werd en waaraan de zwarten improvisatie en vitaliteit toevoegden.
Vanaf de jaren '20 nam de son de fakkel als populairste dans van Cuba over. De son werd naar de steden gebracht door creoolse muzikanten uit het oosten van Cuba. Deze muziek werd uitgevoerd door sextetten en septetten met contrabas, gitaar, trompet, claves, bongo en maracas (schudders). Een typisch instrument is de tres, een soort gitaar met drie dubbele snaren. Later werd het septet uitgebreid tot een conjunto of groot orkest met blazers, piano en conga's.
Het laatste deel van de danzon, mambo genaamd, evolueerde rond 1940 tot de gelijknamige muziek- en dansstijl. In deze danzon con nuevo ritmo vinden we invloeden van son en rumba terug. In dezelfde periode ontstond de chachachà, een soort mambo met een trager tempo en met accenten op de sterke maatdelen. Op de chachachà was het makkelijker dansen dan op de gesyncopeerde ritmes van de mambo, vooral voor de Amerikaanse blanken die Cuba in de jaren '40 overspoelden. Het is immers de periode van de drooglegging in de VS en de Cubaanse hoofdstad Havana wordt het muzikale centrum van de Caraïben en heeft een grote invloed op de muzikale ontwikkelingen in Latijns-Amerika, Europa en de VS. Rumba, mambo en chachachà veroveren de wereld.
Na de Cubaanse revolutie van Fidel Castro en Che Guevara in 1961 verbreken de VS de diplomatieke betrekkingen met het eiland. Er komt een migratie naar de VS op gang. In de Amerikaanse grootsteden komen deze migranten in dezelfde wijken terecht waar zich eerder al Puertoricanen en andere Latijns-Amerikanen vestigden. In de New Yorkse wijk El Barrio of Spaans Haarlem in uptown Manhattan ontstond de zogenaamde salsa. Eigenlijk is salsa geen muziekstijl maar een benaming die de muziekindustrie bedacht voor alle Latijns-Amerikaanse muziek die aansloeg bij migranten in de VS. De son is de basis van de salsa, maar ook elementen uit mambo, chachachà en rumba worden erin vermengd. De salsa, die bekend is om haar harde arrangementen en monotone melodieën, was gericht op het volk, op de latino's zelf. De salsarevolutie voltrok zich vooral op straat en was gericht tegen de glamour van de discotheken. Niettemin werd salsa in gekuiste vorm populair in dansclubs op Broadway en veroverde zij dansvloeren verspreid over de hele wereld.
Het is prachtig om zien hoe de muziek van de gevangengenomen, getransporteerde en uitgebuite Afrikaanse slaven terugkeert in tal van mengvormen en vervolgens de wereld veroverd. Het is alsof een vernietigde cultuur zo wraak neemt op de verdrukker. De kleinkinderen van verdrukkers en onderdrukten dansen nu samen de rumba of de salsa.
Yanne De Belder, november 2008
